Voorgekauwde gezelligheid

De kalender van gezelligheid. Een valse schijn van verbondenheid

In Nederland hechten we veel waarde aan ritme en regelmaat. Zelfs onze gezelligheid is keurig ingepland. Elk jaar opnieuw worden we via reclames, overheidscommunicatie en sociale campagnes herinnerd aan de “belangrijke” momenten waarop we met z’n allen moeten samenkomen. Kerst. Koningsdag. Pasen. Bevrijdingsdag. De kalender staat vol vaste ankerpunten waarop het bijna een maatschappelijke plicht lijkt om gezellig te doen, de familie te bezoeken en warmte te tonen.

Maar daar tegenover staat de rest van het jaar...., en dat deel is een stuk groter. Buiten die zorgvuldig aangewezen ‘gezellige’ momenten draait het leven voornamelijk om werken, presteren, produceren. De structuur van onze maatschappij is zo ingericht dat vrije tijd bijna luxe is geworden. Talloze gezinnen rennen van vroege meetings naar kinderopvang, van deadlines naar sportclubs, en vallen ’s avonds uitgeput neer. Tijd voor familiebezoek? Tijd om samen te zijn? Tijd om echt aanwezig te zijn? Dat past vaak niet meer in het schema.

De paradox van georganiseerde saamhorigheid
Juist omdat de samenleving zo strak georganiseerd is, wordt er massaal vastgehouden aan die paar feestdagen. Niet omdat er ineens meer tijd is, maar omdat die dagen ons worden voorgeschreven als hét moment om elkaar niet te vergeten. De overheid en de commerciële wereld spelen hier handig op in: reclames vol warme families, campagnes over samen zijn en de boodschap dat verbondenheid iets is wat je moet consumeren en moet plannen.

Het wrange is dat mensen deze boodschappen, herhaald jaar in jaar uit, gaan internaliseren. Mensen zijn sociale dieren; we spiegelen gedrag, we volgen patronen, we doen wat “normaal” wordt gevonden. En als de norm wordt dat gezelligheid vooral iets is voor in december, dan wordt dat vanzelf waarheid.

De hypocrisie van kerst: ‘Niemand mag alleen zijn’
Rond kerst duikt steevast dezelfde slogan op: “Met kerst mag niemand alleen zijn.”
Het klinkt warm en menselijk, maar is eigenlijk pijnlijk hypocriet. Want waarom zou dat alleen rond kerst gelden? Waarom is het wél een probleem als iemand op 25 december alleen eet, maar geen probleem als diezelfde persoon op 7 februari, 18 april, of 3 oktober dag in dag uit niemand ziet?

Het jaarlijkse koortslied van saamhorigheid benadrukt vooral hoe weinig ruimte er in de rest van het jaar voor is. De boodschap is bijna cynisch: “Vandaag denken we even aan je. Morgen weer niet.”

De prijs: opvoeding en menselijke relaties
Door het voortdurend gejaag en de hoge maatschappelijke druk lijdt niet alleen de sociale cohesie, maar ook de opvoeding. Ouders hebben minder tijd om aanwezig te zijn, om hun kinderen écht te begeleiden, om rust in het gezin te brengen. Het systeem vraagt ongelimiteerde productiviteit, terwijl het nauwelijks ruimte laat voor de relaties die ons menselijk maken.

En zo blijven we in een cyclus hangen:
- weinig tijd om elkaar te zien
- weinig ruimte voor echte verbinding
- massale nadruk op een paar verplichte ‘gezellige’ dagen
- een bevolking die, door herhaling en gewenning, niet anders meer weet dan dat dit is “hoe het hoort”.

Valse schijn die barsten vertoont
De paradox is dat de overheid en de maatschappij wel prediken over gemeenschapszin, maar tegelijkertijd een structuur in stand houden die diezelfde gemeenschapszin ondermijnt. Het eindresultaat is een valse schijn van verbondenheid: gezelligheid die alleen mag bestaan op de momenten die officieel zijn aangewezen.
Echte verbondenheid..., spontaan, regelmatig, vrij..., is daar niet van afhankelijk. Maar zolang het leven zo georganiseerd is dat er nauwelijks tijd of energie overblijft, blijft het bij symboliek.

Gezelligheid is verworden tot een jaarlijkse toneelvoorstelling, terwijl het eigenlijk een dagelijks ritueel zou moeten kunnen zijn.