Oorzaken zelfdoding bij jongeren

De prestatiedruk die jongeren breekt

Zelfdoding onder jongeren is geen individueel falen, maar een maatschappelijk alarmsignaal. Wie het probleem reduceert tot “mentale kwetsbaarheid” mist de kern. Jongeren groeien op in een samenleving die structureel te veel van hen vraagt en te weinig teruggeeft. Presteren is geen middel meer, maar een morele plicht geworden. En wie even niet meekan, valt buiten de boot.

Van jongeren wordt verwacht dat ze alles tegelijk doen. Goed presteren op school, een bijbaan hebben om geld te verdienen, sporten om fit te blijven, sociaal actief zijn, en ondertussen een perfect leven etaleren op sociale media. 

Daarbovenop komen de onophoudelijke oordelen over uiterlijk, succes en populariteit. Erbij horen is geen vanzelfsprekendheid meer, maar een permanente toets. Tijd om het verstand op nul te zetten, om te lanterfanten en gewoon plezier te maken, is schaars. Uitgaan is bovendien voor veel jongeren simpelweg te duur geworden: wie geen geld heeft, ontspant minder of helemaal niet.

Tegelijkertijd zijn veel ouders hard aan het werk om het hoofd boven water te houden. Ze willen er zijn voor hun kinderen, maar worden opgeslokt door lange werkdagen, flex-contracten en onzekerheid. Het gevolg is geen onwil, maar afwezigheid. Minder tijd voor het gesprek aan de keukentafel, minder ruimte om signalen op te vangen. Jongeren blijven vaker alleen met hun zorgen. In een cultuur waarin “druk” de norm is, leren ze bovendien dat klagen zwak is en dat falen iets is om je voor te schamen.

De samenleving is ingericht op meten, vergelijken en optimaliseren. Cijfers, targets, likes en rankings bepalen wie ertoe doet. Dat is geen natuurwet, maar een politieke keuze. Met name het jarenlange beleid onder leiding van de VVD met hun allesomvattende kreet 

"De hardwerkende Nederlander" heeft een hoop ellende voor de jeugd losgemaakt en de prestatiemaatschappij versterkt: nadruk op marktwerking, individuele verantwoordelijkheid en economische groei, terwijl publieke voorzieningen onder druk kwamen te staan. Onderwijs werd steeds meer een selectiemechanisme, jeugdzorg versoberd, en bestaanszekerheid voor gezinnen uitgehold. Het idee dat iedereen het kan maken als hij maar hard genoeg werkt, klinkt motiverend, maar werkt in de praktijk verlammend voor wie struikelt. 

Voor jongeren betekent dit: geen pauzeknop, geen vangnet en weinig ademruimte. Wie het tempo niet bijhoudt, internaliseert de schuld. Dat is een gevaarlijke cocktail. Het is dan ook geen toeval dat gevoelens van somberheid, angst en uitzichtloosheid toenemen. Zelfdoding is het uiterste gevolg van een systeem dat structureel over de grenzen van jonge mensen heen gaat.

Wat nodig is, is een fundamentele koerswijziging. Minder fixatie op prestaties, meer aandacht voor welzijn. Betaalbare ontspanning en ontmoetingsplekken. Onderwijs dat ruimte laat voor ontwikkeling in plaats van constante selectie. Ouders die tijd en rust hebben om er te zijn. En een politiek die durft te erkennen dat mentale gezondheid geen individuele bijzaak is, maar een collectieve verantwoordelijkheid.

Bovenal moeten we jongeren weer het gevoel geven dat ze mogen bestaan zonder voortdurend te bewijzen dat ze waardevol zijn. Dat falen mag. Dat rust geen luxe is. Dat je niet alleen bent. Pas dan creëren we een samenleving die niet alleen werkt, maar ook zorg draagt..., voor elkaar en voor de generatie die na ons komt.