Een overheid die beveelt i.p.v. dient

Een overheid die bepaald wat wij wel en niet mogen zeggen

In een democratie is de overheid er om burgers te dienen, niet om hun gedachten en woorden te beheersen. Toch zien we dat regeringen steeds vaker bepalen wat een individu wel en niet mag zeggen, doen of zelfs denken. Het gebeurt subtiel, verpakt in wetten en regels “voor onze veiligheid”, maar soms ook schaamteloos openlijk, door kritische stemmen te bestempelen als gevaarlijk of ongewenst.

De vraag dringt zich op: wie geeft een regering het recht om te beslissen wat goed is voor een ander mens? Niemand kiest een overheid om persoonlijke voogd te zijn. Een individu is autonoom, met een eigen verstand en moreel kompas. Zodra een regering zich gaat bemoeien met hoe iemand zich moet uiten of welke overtuigingen wel of niet toelaatbaar zijn, schuift ze voorbij haar rol als dienaar van het volk en zet ze zichzelf neer als meester.

Natuurlijk, absolute vrijheid bestaat niet. Er zijn grenzen: bedreigingen, laster of opruiing horen niet thuis in een rechtstaat. Maar wat we steeds vaker zien, is dat regeringen die grenzen oprekken. Een mening die niet strookt met het officiële narratief wordt al snel gebrandmerkt als desinformatie of complottheorie. Feiten die politiek ongemakkelijk zijn, verdwijnen onder het tapijt. Zo wordt de vrijheid van meningsuiting niet alleen beperkt door de wet, maar door een politieke smaaktest.

Het gevaar van deze ontwikkeling is groot. Als de overheid beslist welke ideeën toegestaan zijn, wordt de samenleving een monocultuur waarin alleen nog ruimte is voor het officiële verhaal. Kritiek, tegenspraak en diversiteit van gedachten, de zuurstof van een vrije samenleving, verdwijnen. Uiteindelijk raakt het individu zo niet alleen zijn vrijheid kwijt, maar ook zijn verantwoordelijkheid. Want wat is autonomie nog waard als een regering toch wel bepaalt wat “juist” is?

Een gezonde democratie vertrouwt op burgers die zelf kunnen oordelen. Regeringen zouden de vrijheid van meningsuiting moeten beschermen, zelfs wanneer woorden ongemakkelijk, confronterend of onpopulair zijn. Want zodra de overheid zich opstelt als arbiter van waarheid, is de weg naar onderdrukking ingeslagen.

Vrijheid is geen gunst van de overheid. Vrijheid is een recht van het individu. En niemand, hoe hoog het ambt ook, zou zich het recht mogen toe eigenen om dat in te perken.