Het onhandige kind: een leerfase

 De leerfase van de mens: waarom onhandigheid onmisbaar is

De mens wordt niet geboren als een gevulde kruik, maar als een leeg vat. Een kind komt ter wereld zonder levenservaring, zonder kennis van oorzaak en gevolg. Wat het wel meekrijgt, zijn de basisinstincten en lichaamsfuncties die het in staat stellen om te ademen, te huilen en te groeien. De rest, van taal tot sociale omgang, van evenwicht tot moreel besef, moet worden aangeleerd.

In de kinderjaren bevindt de mens zich daarom in een voortdurende leerstand. Alles gebeurt voor de eerste keer: de eerste stap, de eerste keer vallen, de eerste ruzie, de eerste ontdekking dat vuur heet is of dat woorden kunnen kwetsen. Juist omdat die ervaringen ontbreken, lijkt een kind vaak onhandig of onwetend. Het gaat struikelend door de wereld, letterlijk en figuurlijk.

Vooral in de puberteit wordt die onhandigheid zichtbaar. Jongeren balanceren tussen kind-zijn en volwassenheid. Hun lichaam verandert sneller dan hun geest kan bijbenen, hun sociale rol is nog zoek, hun hersenen nog volop in ontwikkeling. Dat leidt onvermijdelijk tot verkeerde inschattingen, pijnlijke blunders en soms ook roekeloos gedrag. Niet uit kwade wil, maar omdat de ervaring ontbreekt.

Toch is die onhandigheid geen zwakte, maar een noodzakelijke leerschool. Door fouten te maken leert de mens de grenzen van zijn mogelijkheden kennen. Door pijn te voelen begrijpt hij de gevolgen van zijn daden. Ouders en opvoeders kunnen sturen, maar de essentie van leren ligt in het zelf ervaren...,  vallen en weer opstaan.

We zouden die leerfase daarom meer moeten omarmen in plaats van bestrijden. Te vaak verwachten we van kinderen en pubers dat zij zich gedragen als kleine volwassenen, terwijl hun taak juist is om te oefenen, te ontdekken en te falen. Elke blauwe plek, elke misstap en elke schaamtevolle herinnering is een bouwsteen in de vorming van een zelfstandig mens.

De mens is dus niet onhandig uit domheid, maar omdat hij nog geen kans heeft gehad om wijsheid te vergaren. Onhandigheid is de voorwaarde voor vaardigheid. En wie daar met mildheid en begrip naar kijkt, ziet niet het falen, maar de geboorte van ervaring.