Bevelen en gehoorzaamheid: een onmenselijke strijd
In elke samenleving duiken er telkens weer dezelfde taferelen op: mensen die bevelen geven, en mensen die ze opvolgen. Het lijkt zo vanzelfsprekend dat we er zelden bij stilstaan. In het leger, op de werkvloer, in de klas, in de politiek enzovoort. Bevelen en gehoorzaamheid vormen de smeerolie van ons samenleven. Maar wie denkt na over de vraag: wat geeft iemand eigenlijk het recht om een ander te bevelen?
Het antwoord ligt vaak in macht en structuur. Formele macht, denk aan een baas met een contract of een officier met een rang, is door afspraken en systemen gelegitimeerd. We hebben collectief besloten dat sommige rollen gezag verdienen. Informele macht is subtieler: charisma, kennis of pure brutaliteit kan maken dat iemand bevelen geeft die anderen zomaar opvolgen. Het recht lijkt daar minder duidelijk; het is eerder een mix van sociale conventies en psychologische reflexen.
Waarom gehoorzamen we dan? Voor een deel is het gemakzucht. Regels en bevelen nemen de last van keuze weg. In plaats van zelf eindeloos te twijfelen, volgen we de weg die wordt aangereikt. Er speelt ook angst mee: angst voor straf, uitsluiting of conflicten. Maar misschien het meest verraderlijke mechanisme is vertrouwen. We veronderstellen dat iemand met autoriteit meer weet, beter kan inschatten of handelen in ons belang.
Psychologisch onderzoek, zoals de beruchte experimenten van Milgram, toont dat mensen vaak veel verder gaan in gehoorzaamheid dan ze zelf denken, zelfs tegen hun eigen geweten in. Dat is verontrustend. Het laat zien hoe dun de scheidslijn is tussen gezonde samenwerking en blind volgen.
Daarom is de cruciale vraag niet alleen: wat geeft iemand het recht om te bevelen? Maar ook: wat geeft ons het recht om te gehoorzamen? Want gehoorzaamheid is geen neutrale daad. Door bevelen op te volgen, houden we systemen in stand..., rechtvaardige én onrechtvaardige.
Misschien moeten we bevelen niet zien als vanzelfsprekend, maar als een uitnodiging tot dialoog. In plaats van “doe dit” en “doe dat” zonder meer te accepteren, kunnen we ook vragen: waarom? In wiens belang? En wat gebeurt er als ik het niet doe? Alleen zo verschuiven we gehoorzaamheid van blinde reflex naar bewuste keuze.