Leven volgens een schema

De tirannie van het schema

We leven in een tijd waarin alles gemeten, gepland en gereguleerd moet worden. Niet alleen ons werk, maar ook ons lichaam. We moeten op vaste tijden eten, liefst drie maaltijden en twee tussendoortjes. We moeten op tijd naar bed, bij voorkeur rond elf uur, want anders verstoren we ons bioritme. We moeten minimaal acht uur slapen, niet meer en vooral niet minder. Zelfs onze ontlasting ontsnapt niet aan deze drang tot controle: is de structuur niet “zoals het hoort”, dan is er vast iets mis en is een bezoek aan een deskundige noodzakelijk.

Alsof het menselijk lichaam een machine is met een handleiding die strikt gevolgd moet worden.

Van nature leefde de mens heel anders. We aten wanneer we honger hadden en sliepen wanneer we moe waren. Het lichaam gaf signalen af en we luisterden daarnaar. Die signalen waren leidend, niet de klok, niet een app en niet een influencer met een ochtendroutine van vijf stappen naar een “optimaal leven”. Honger was geen probleem dat opgelost moest worden met een schema, maar een aanwijzing. Vermoeidheid geen zwakte, maar een boodschap.

In de afgelopen eeuw zijn we dat natuurlijke vertrouwen grotendeels kwijtgeraakt. Met de opkomst van fabriekswerk, vaste werktijden en kunstlicht werd de klok belangrijker dan het lichaam. Later kwamen de gezondheidsgoeroes, de voedingsrichtlijnen, de slaaptrackers en de eindeloze lijstjes van wat wel en niet mag. Glutenvrij, suikervrij, lactosevrij, koolhydraatarm – vaak zonder medische noodzaak, maar uit angst om “het verkeerd te doen”.

Het ironische is dat deze obsessie met gezondheid ons niet per se gezonder maakt. Integendeel: veel mensen zijn juist continu onrustig. Heb ik wel genoeg geslapen? Was dit wel het juiste moment om te eten? Had ik niet beter iets anders kunnen kiezen? Het luisteren naar het eigen lichaam maakt plaats voor wantrouwen. We geloven eerder een grafiek dan een gevoel.

Natuurlijk is kennis waardevol. Het is goed om te weten wat voeding met je doet en hoe slaap werkt. Maar er is een verschil tussen bewust leven en krampachtig reguleren. Tussen zorgen voor jezelf en jezelf voortdurend corrigeren. Het lichaam is geen project dat voortdurend geoptimaliseerd moet worden, maar een systeem dat zich verrassend goed kan aanpassen, mits we het de ruimte geven.

Misschien zouden we wat vaker mogen loslaten. Niet eten omdat “het tijd is”, maar omdat je honger hebt. Niet in bed liggen omdat de klok dat zegt, maar omdat je ogen zwaar worden. En accepteren dat niet elke dag hetzelfde is, en dat dat ook helemaal niet hoeft.

Want hoe meer we proberen het leven te beheersen met regels en schema’s, hoe verder we afdrijven van iets essentieels: het simpele, instinctieve vertrouwen in ons eigen lichaam.