Het huisdier als momentknuffel...
We horen het vaak: “Ik hou zó veel van mijn huisdier, hij is mijn alles.” Sociale media staan vol met foto’s van schattige konijnen, parkieten of cavia’s met hartjes en liefdesverklaringen. “Mijn huisdier is mijn kindje, een volwaardig lid van ons gezin.” Het klinkt liefdevol, bijna ontroerend. Maar diezelfde woorden worden soms uitgesproken terwijl het “gezinslid” de hele dag in een kooi of terrarium doorbrengt....., dag in dag uit.
Er wringt iets in dat beeld. Een vogel die nooit buiten zijn kooi komt, leert zijn vleugels niet gebruiken. Een konijn in een hok kan niet rennen of graven zoals de natuur het bedoeld heeft. Hamsters draaien eindeloos in een plastic wiel, omdat hun instinct om kilometers te lopen nergens anders naartoe kan. Toch zegt de eigenaar: “Hij is gelukkig zo.” Maar is dat werkelijk geluk, of projecteren we ons eigen gemak op een dier dat geen stem heeft? Zelfs de meest verzorgde kooi blijft een gevangenis.
Natuurlijk, veel baasjes doen dit niet uit kwade wil. Ze geloven dat het normaal is, omdat “iedereen het zo doet” of omdat dierenwinkels kooien verkopen alsof dat de standaard is. Maar ook omdat het gemakkelijk is. Heb je even geen zin om op het dier te letten dan kan je deze in een kooi stoppen. En heb je het dier even nodig om te knuffelen of om mee te spelen, dan haal je hem uit de kooi. Maar liefde voor een dier vraagt meer dan knuffels, lekkernijen en foto’s. Liefde betekent ook: proberen te begrijpen wat dat dier écht nodig heeft.
Dieren in een kooi.... Wat is het excuus?
- Veiligheid van het dier: Kleine dieren zoals hamsters, parkieten of konijnen zouden zichzelf kunnen bezeren of ontsnappen als ze vrij door het huis lopen.
- Veiligheid van de omgeving: Sommige dieren kunnen knagen aan kabels, meubels beschadigen, of zelfs gevaarlijk zijn voor andere huisdieren.
- Controle en gemak: Een kooi maakt het makkelijker om het dier te verzorgen (eten, drinken, schoonmaken) en om ongelukjes in huis te voorkomen.
- Gewoonte en cultuur: Veel mensen zijn gewend dat bepaalde dieren “kooidieren” zijn, zoals vogels of knaagdieren.
De paradox zit in ons idee van bezit en controle. Een hond of kat, die vrij kan rondlopen en interactie zoekt, ervaren we sneller als “gezinslid”. Maar zodra een dier minder makkelijk in ons leefpatroon past, kiezen we ervoor het letterlijk achter slot en grendel te houden, en praten we onszelf wijs dat dit ook liefde is. Misschien is het eerder gemakzucht, of de illusie van zorgzaamheid.
Ook is er een hardnekkig misverstand dat kleine dieren minder vrijheid nodig hebben dan een hond of kat. Niemand zou het in zijn hoofd halen een hond 24/7 in een bench te houden, maar voor een cavia in een kooi vinden we het normaal. Dat verschil zegt vooral iets over hoe selectief onze empathie is.
Dit is geen pleidooi tegen huisdieren, wel tegen de hypocrisie waarmee we ze behandelen. Als we werkelijk vinden dat een dier je beste vriend is of deel uitmaakt van de familie, zouden we ons dan niet ook moeten afvragen: wat betekent dat voor zijn welzijn, zijn vrijheid, zijn instincten? Familie houdt in dat je rekening houdt met ieders behoeften, niet alleen met die van jezelf.
Wie écht van zijn dier houdt, zoekt naar manieren om die kooi overbodig te maken, of op zijn minst ruim, uitdagend en open. Een konijn kan prima vrij rondlopen in huis of tuin, mits goed afgeschermd. Vogels kunnen los vliegen in een kamer waar gevaarlijke objecten weggehaald zijn. Het vergt moeite, maar het betaalt zich terug in gelukkiger, gezonder gedrag.
Liefde is niet het dier hebben omdat het jou gelukkig maakt. Liefde is zorgen dat het dier zélf gelukkig is. En dat betekent: durven nadenken of die kooi eigenlijk meer jouw gemak dient dan het welzijn van je “beste vriend.”