Waardeloze leiders bouwen niets op, die breken alleen maar alles af
Er zijn leiders die geschiedenisboeken ingaan als bouwers, verbinders en hervormers. En er zijn leiders die alleen maar sporen van puin, trauma en dood achterlaten. Figuren als Vladimir Poetin en Benjamin Netanyahu behoren onmiskenbaar tot die laatste categorie. Niet omdat zij “hard” zijn of “krachtig leiderschap” tonen, maar juist omdat zij fundamenteel falen als leiders. Wie alleen kan vernietigen, maar niets kan opbouwen, is geen leider, het is een sloper met macht.
Deze mannen hebben één ding gemeen: een schrijnend gebrek aan respect voor mensenlevens. Voor hen zijn burgers geen mensen met gezinnen, dromen en angsten, maar middelen. Cijfers. Collateral damage. Ze sturen hun eigen bevolking of die van een ander land het front op om hun ideologische fantasieën te realiseren, terwijl ze zelf veilig op afstand blijven. Dat is geen moed. Dat is lafheid in zijn zuiverste vorm.
Echte leiders zouden hun idealen verdedigen met woorden, diplomatie en verantwoordelijkheid. Niet door jonge mannen en vrouwen te laten sterven voor ideeën waarvoor ze zelf nooit bereid zouden zijn hun leven te riskeren. Wie anderen laat vechten voor zijn overtuigingen, maar zelf nooit het slagveld zou betreden, verraadt vooral zijn eigen angst.
Nog schrijnender is dat dit alles niet mogelijk zou zijn zonder de bereidwillige medewerking van gewone burgers. Mensen die zich, vaak voor geld, lenen om samenlevingen te verwoesten en andere mensen te doden. Dat roept een ongemakkelijke vraag op: waar ligt individuele verantwoordelijkheid? Hoe moreel leeg moet een systeem zijn als moord en vernietiging gewoon “werk” worden?
En dan is er de wapenindustrie, een sector die floreert bij menselijk leed. Terwijl steden in puin liggen en families uiteengerukt worden, draaien de winstmarges op volle toeren. Dat zegt iets over de structuren waarin we leven, maar ook over de mensen die ervoor kiezen daar te werken. Wie werkelijk respect heeft voor elk mensenleven, produceert geen instrumenten die uitsluitend bedoeld zijn om levens te beëindigen. Punt.
Een wereldwijd verbod op het maken van wapens zou de wereld onmiskenbaar rustiger maken. Niet perfect, maar rustiger. Toch is dat voor de internationale politiek blijkbaar onbespreekbaar. Oorlog kost levens, maar levert geld op. En zolang oorlog economisch aantrekkelijk blijft, zullen staten er nooit echt afscheid van nemen, hoe hypocriet hun vredestoespraken ook klinken.
Echte vrede begint niet bij leiders als Poetin of Netanyahu. Die zullen blijven komen en gaan. Vrede begint bij burgers die weigeren mee te werken. Bij soldaten die zeggen: “Los het zelf lekker op...” Bij arbeiders die weigeren wapens te maken. Want als niemand meer bereid is te vechten, te doden of te profiteren, staan deze zogenaamde leiders plotseling met lege handen.
En dan blijkt hoe klein en zielig ze werkelijk zijn. Bang, laf en volstrekt machteloos zonder de mensen die ze misbruiken.